De moraal van het verhaal van de Partij voor de Dieren

Voor het Kringjaar 2020-21 stond het onderwerp ‘moraalfilosofie’ op de agenda. We hopen de lezingencyclus in min of meer dezelfde programmering door te kunnen schuiven naar 2021-22, als het virus hopelijk enigszins is uitgeraasd.

In de toelichting op ons jaarprogramma (https://www.bilthovensekring.nl/programma-2020-2021/  als de link niet werkt: kijk op de site onder Jaarprogramma 2019-20, Alles van waarde is kwetsbaar) staat “er is een groot gemis aan en daarmee verlangen naar waardegeoriënteerd of waardegestuurd handelen”.  Dus wij hadden sprekers uitgenodigd waarvan wij verwachtten dat zij dat gemis zouden kunnen vullen.

Op 18 januari zou Karen Soeters, directeur van het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren (PvdD) onze gast zijn in de Bilthovense Kring. De PvdD is een politieke partij met  een sterke waarden-oriëntering en daaruit voortvloeiende waardegestuurde politieke doelen en strategieën. Deze doelen en strategieën zijn onlangs vormgegeven in het partijprogramma Plan B, idealisme is het nieuwe realisme (omdat er geen planeet B is).

Omdat de lezingen dit jaar niet doorgaan hebben we als bestuursclubje besloten om u af en toe te prikkelen met korte gedachtespinsels rond het jaarthema. Wij nodigen u van harte uit om hierop te reageren op de website. Warrie Schuurman beet de spits af in Bulletin 3 (26 november) met een stuk over het boek van Henk Manschot (Blijf de aarde trouw) over Nietzsche https://www.bilthovensekring.nl/2020/12/04/hallo-wereld/.

Ik wil daarbij aansluiten met een soort bron- en contactonderzoek naar het gedachtegoed van de Partij voor de Dieren: uit welke bronnen put de PvdD voor haar grondslagen en welke filosofische netwerken hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van die waarden tot concrete politieke stellingnames? Ik baseer me hierbij onder meer op het laatste boek van Marianne Thieme, Groeiend verzet (2019).

Het viel me op hoezeer deze vraag aansluit bij het stuk van Warrie (26 november). “Nietzsche jammert niet alleen, hij doet iets ongewoons, hij stapt uit het systeemdenken en –doen dat ook hem gevangen houdt,  hij gaat voorop op weg naar de uitgang, weg uit de mythe van de vooruitgang. “ Ook de PvdD is niet bang om radicale standpunten in te nemen, weg van het systeemdenken, en wil daarin de weg wijzen naar de uitgang. Net als Nietzsche “snakt zij (de PvdD) naar een remedie tegen de mens die de aarde ziek maakt.”

Vermoedelijk zal Karen Soeters instemmend knikken bij het lezen van Warrie’s samenvatting van Manschots boek: “Nietzsche herontdekt de aarde als levende entiteit, ontzagwekkend, anders, niet als iets wat zich laat toe-eigenen en bezitten. De dieren helpen hem bij deze grote transformatie. (…) Grote Gezondheid poneert Nietzsche als hoogste waarde, niet slechts overleven maar goed leven. Het herstel van de binding met de aarde, het geluk van dieren en het circulaire ritme van de natuur. (We moeten) het mens-gecentreerde denken achter ons laten, daarmee de imperialistische greep van de mens op de aarde die ons het antropoceen heeft opgeleverd vaarwel zeggen en onszelf ontwerpen als verantwoordelijke bewoners die de aarde delen met al het andere leven.”

 Sinds haar oprichting in 2002 is de PvdD regelmatig bespot en weggezet als een single- issue partij. Maar, zoals Gandhi (een van de grootste inspiratiebronnen van de PvdD) ooit zei “eerst negeren ze je, dan bespotten ze je, dan bestrijden ze je en dan win je.”  Op dit moment is de PvdD Nederlands grootste ideologische exportproduct, de beweging groeit wereldwijd en een groot deel van haar gedachtegoed wordt langzamerhand mainstream.

Het is duidelijk dat de PvdD uit nog veel meer en ook oudere bronnen dan Gandhi put. In het eerste Bijbelboek, Genesis, staat weliswaar dat “de mens zal heersen over de dieren en de aarde”, maar moderne eco-theologen wijzen erop dat je dat moet zien in de context van de schepping: God schiep eerst het land, het water, de zon, de dieren en dan pas de mens. Dat is de dominante soort en die moet dus zorgen voor de aarde. Heersen over betekent dus: zorgen voor.

Of, zoals de beginselverklaring van de PvdD stelt: De mens is onderdeel van het aardse ecosysteem, maar door zijn mentale ontwikkeling en de daaruit voortgekomen cultuur is hij in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welk ander levend wezen ook. Door die zelfde mentale ontwikkeling heeft hij echter ook de vrijheid om andere levensvormen alsook zijn eigen soortgenoten in heden en toekomst geen onnodig leed en schade te berokkenen.

De oorsprong van de PvdD ligt in de strijd voor dierenrechten en dierenwelzijn. De filosofie heeft in vroeger eeuwen mens en dier altijd willen scheiden. De stoïcijnen vatten de scheiding tussen mens en dier zeer radicaal op: alleen goden of mensen kenmerkten zich door rede of logos. Met uitzondering van Michel de Montaigne leggen de meeste vroegmoderne filosofen (tot pakweg Nietzsche) een zekere hardvochtigheid aan de dag ten opzichte van dieren. Pas ‘postmoderne’ denkers als Foucault, Deleuze, Sloterdijk en Agamben stellen het radicale onderscheid tussen mens en dier ter discussie, en tonen zich daarin schatplichtig aan Nietzsche, die –volgens René ten Bos in Het geniale dier (2009)- als geen andere filosoof doorzien heeft dat de vervreemding van het dier de deur naar domheid openzet. In de tweede helft van de 20ste eeuw hebben denkers als Peter Singer, Will Kymlicka en in Nederland Erno Eskens en Eva Meijer een gerichte bijdrage geleverd aan dit filosofische discours, met als kern: omdat dieren pijn en plezier kunnen ervaren, hebben ze een morele status, waaruit bepaalde grondrechten volgen, zoals het recht om niet opgesloten of gedood te worden.

Aristoteles maakte trouwens niet alleen een scheiding tussen mens en dier: ook kinderen, slaven en vrouwen waren geen echte mensen, zij hadden geen ziel. Het idee van een nauwe samenhang tussen vrouwelijkheid en dierlijkheid heeft mede geleid tot achterstelling van de vrouw, die als dierlijker dan de man gezien werd.

Dit is dan meteen een bruggetje naar een ander element van de onderliggende waardeoriëntatie van de PvdD, die zichzelf ziet in een lange reeks van emancipatie- en afschaffingsbewegingen: slavernij, kinderarbeid, suffragettes, antiracisme, anti-apartheid, de homobeweging. Net als dit soort afschaffingsbewegingen hanteert de PvdD morele principes –mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid- als richtsnoer voor het politieke handelen. En net als dit soort bewegingen tamboereert de PvdD op overtuiging, gevoel en geweten, en weigert die idealen te offeren op het altaar van machtsvorming of economie. En daarin verschilt de PvdD, net als die eerdere afschaffingsbewegingen, van de brede politieke volkspartijen die toen in opkomst waren en nu in neergang zijn.

Want de PvdD is niet zozeer uit op macht (al zijn meer Kamerzetels uiteraard welkom), maar op invloed. De meeste politieke partijen zijn machtsmachines geworden, wat voortkomt uit hun ideologische verwatering. Door vast te houden aan je idealen, kun je beïnvloeden. Dus hanteert de PvdD geen instrumentele politieke stijl die gericht is op conformisme, technocratie, protocollen en procedurekennis, maar een expressieve politiek, gevoed door eigenzinnigheid, idealen, theater, creatieve ontregeling en provocatie. De jaarlijkse outfit van Marianne Thieme op Prinsjesdag sprak boekdelen. In het spoor van Nietzsche wil de PvdD tegendraadse politiek bedrijven, zoekt het verschil op in plaats van consensus, stelt idealen voorop in plaats van bloedeloze compromissen, neemt moraal als uitgangspunt in plaats van kosten en baten, ontvouwt een brede visie in plaats van kleine problemen pragmatisch op te lossen.

De groeiende invloed van de dierenrechtenbeweging laat zich wereldwijd zien in b.v. de romanliteratuur: schrijvers als Coetzee (die pleitte voor een glazen abattoir in elke stad, zodat we kunnen zien waar die entrecôte en die hotdog vandaan komen), Jonathan Saffran Foer (die zich met Dieren eten (2009) tegen de vleesindustrie keerde) en de Poolse Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk (die in haar recent vertaalde Jaag je ploeg over de botten van de doden (2009) de Natuur, de dieren, wraak laat nemen op de door zorgeloosheid en wreedheid gedreven mens).

Macht speelt zich af in het strijdperk van de instrumentele politiek, waar koopkrachtplaatjes centraal staan, waar het gaat om economische groei en bestaande belangen. Invloed gaat over het verplaatsen van het strijdperk, het veranderen van spelregels, om politieke idealen te realiseren die op dit moment onvoldoende serieus genomen worden. Want dat is wat de PvdD de huidige instrumentele politiek verwijt: dat die onverantwoord en niet effectief is, omdat ze de grote vraagstukken van deze tijd links laat liggen en zich beperkt tot kleine wijzigingen in het systeem en daarmee radicale systeemwijziging blokkeert. Idealisme is het nieuwe realisme.

De PvdD baseert zich op hoop. Hoop is iets anders dan optimisme. Optimisme impliceert onvermijdelijke vooruitgang en gaat over maatschappijveranderingen die zich wel zullen voltrekken zonder dat wij er iets aan hoeven te doen. Een optimist bestelt in een restaurant een dozijn oesters en rekent erop dat in een van die oesters wel een parel zal zitten waarmee hij de rekening straks kan betalen. Dat is het vooruitgangsgeloof van de meeste middenpartijen, van Groen Links tot de VVD, en vormt het hart van het ecomodernisme. Hoop koesteren is gebaseerd op een andere blik op de wereld. Daarin ligt de toekomst niet vast, maar is hij principieel open. In die toekomst bestaan geen voldongen feiten, maar alleen keuzes. Veranderingen zijn niet het gevolg van anonieme of autonome processen, maar het effect van onze daden en woorden. Geschiedenis overkomt ons niet, maar is iets wat we maken. Alle transformaties beginnen in de verbeelding, in de hoop. M.L. King zei “I have a dream” en niet “I have a plan”. Een droom biedt hoop en perspectief.

Desondanks lijkt het me goed dat de Partij voor de Dieren niet alleen hoop wil bieden, maar toch ook een plan heeft: Plan B.

En ik hoop dat bovenstaand u inspireert om als Karen Soeters volgend jaar naar Bilthoven komt, haar te bestoken met al uw kritische vragen. Want daartoe zijn wij als Bilthovense Kring op aarde: dieper doordenken, en steeds weer doorvragen. Ook in dit nieuwe jaar 2021, waarvan ik hoop dat wij elkaar weer in levenden lijve zullen treffen!

Riemke Leusink (2 januari 2021)

 

1 gedachte op “De moraal van het verhaal van de Partij voor de Dieren

  1. Ebbe Rost van Tonningen

    Een reactie op ‘Corona, Nietzsche en wij’ en het thema ‘Hoe komen we tot waardegeoriënteerd handelen?
    Graag ondersteun ik het doel van het bestuur om meer interactief met belangstellenden uit de achterban te communiceren. De notitie van Warrie Schuurman “Corona, Nietsche en wij’ en de beschouwing over de gedachtengoed van de Partij voor de Dieren bieden daarvoor interessant materiaal. Ook het boek van Manschot.
    Daarbij enkele kanttekeningen:
    – De website nodigt alleen uit tot korte reacties, die zeer beperkt geschikt zijn voor interactie.
    – De filosofie van Nietsche wordt door heel verschillende levensbeschouwingen als bron gebruikt.
    – In een van jullie stukken staat dat Nietzsche uit het systeemdenken stapt. Maar hij stapt tegelijkertijd in een nieuw systeem van het ecologische aardse denken. Wat mij betreft overigens een prima referentiekader.
    – Hoewel ik zelf een aanhanger ben de Partij voor de Dieren, dient het bestuur uit de partijpolitieke discussie te blijven om een breed maatschappelijk platform te kunnen aanbieden.
    – In het stuk van Warrie Schuurman komt hij met een interessante mening, maar is dat verstandig als bestuurslid. Het bestuur zie ik als een faciliterend orgaan dat een diversiteit aan meningen aanbiedt.
    – De vraag ; Hoe komen we tot waardegeorienteerd handelen’, wordt niet beantwoord. Voor mij is het essentieel dat een bestuur niet alleen de vinger op een zere plek laat leggen maar ook bijdragen uitlokt en aanbiedt waarin de vertaling van waarden naar handelen plaatsvindt. Anders wordt het allemaal erg vrijblijvend. Mijn suggestie is om daar de verschillende sprekers nadrukkelijk voor uit te nodigen.
    Ebbe Rost van Tonningen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *