Lezing Kinneging 18 oktober 2021

Bilthoven, Woudkapel maandag 18 oktober 2021

Eerste lezing over het thema: Hoe komen we tot waardegericht handelen in het publieke domein?

Ziehier het verslag van de eerste lezing voor de Bilthovense Kring van de cyclus 2021-2022. Warrie Schuurman neemt het stokje over van Ebbe Rost van Tonningen die zich enkele jaren voortreffelijk heeft gekweten van zijn taak als verslaggever van onze lezingen.

Als een archeoloog wil de ideoloog Andreas Kinneging opgraven wat de laatste eeuwen is overwoekerd: de kennis van goed en kwaad. Dat is in de kern het pleidooi van zijn magistrale boek De onzichtbare maat (2020 Prometheus Amsterdam). Maandagavond, 18 oktober, kwam hij dat vertellen in de net niet uitverkochte Woudkapel, de nieuwe, stijlvolle locatie van onze Bilthovense Kring. Wat een genoegen om elkaar weer te kunnen ontmoeten!

In zijn woord vooraf belooft Kinneging eerst stil te zullen staan bij de grondslag van onze moderniteit waardoor een eeuwenoude traditie is teloorgegaan, de twee-eenheid Verlichting en Romantiek. Een ideologie met een theologie (denkt hij hier bijvoorbeeld aan Kloos: ‘ik ben een God in het diepst van mijn gedachten’? W.S.) die hij niet zal uitdiepen, en een mensbeeld waar hij wel op in zal gaan.

‘Daarna’, vervolgt hij, ‘benoem ik wat ik onder die overwoekering aan waardevolle traditie heb herontdekt: het ideële mensbeeld van de klassieken, met als belangrijkste representanten Plato en Aristoteles, en het genie van het Christendom, op-en-top beschreven door Augustinus en Thomas van Aquino.’

Om te illustreren hoe snel na WO2 de teloorgang van het traditionele erfgoed is gegaan, vergelijkt Kinneging de VVD van Oud (uit het beginselprogram van 1948): ‘Nederland is doordrenkt van de waarden van het Christendom’ met het ideële vacuüm van Rutte: ‘visie is een olifant die het zicht belemmert’. Hij kiest dit voorbeeld in de veronderstelling dat velen onder ons wel VVD zullen stemmen! (Zou ‘t? W.S.) De heersers/leiders van vroeger kenden hun klassieken, maar de traditie van waaruit ook Oud en voor hem Thorbecke putten is opgedroogd. De meeste, moderne intellectuelen, laat staan politieke leiders zal het een zorg zijn. Welnu, Kinneging vindt het een dramatische ontwikkeling.

Wie zijn de Verlichters die dit drama veroorzaken? Descartes, Hobbes (politiek-theoretisch de belangrijkste), Francis Bacon en ten onzent Spinoza. Natuurlijk later ook: Voltaire, Diderot en d’Alembert met hun encyclopedie, Hume, Kant e.a. Zij scheppen een verlichtingsdenken dat eigenlijk pas goed indaalt in de geesten van de massa in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Hobbes stelt vast en neemt als startpunt de kosmologische visie: wat is, is louter materie in beweging. Alles wat is, heeft een materiële, oorzakelijke samenhang, inclusief de mens en zijn streven. (= Dick Swaab: Wij zijn ons brein)

Ons streven en begeren is net als het leven van plant en dier een bewegen van onze moleculen, onze enzymen, onze sappen. Wel is er een alleszeggend verschil tussen mens en dier-en-plant. Ons streven, onze begeertes zijn onbegrensd. Het is nooit genoeg. Schaarste wordt het argument voor ons streven. Daardoor ontstaan groepsconflicten. De mens wordt voor zichzelf een wolf. Een staat is nodig om de vrede te handhaven en om binnen veilige grenzen de vrijheid te waarborgen voor de begeerte naar winst en nutsmaximalisatie.

In de achttiende eeuw komt op deze verlichtingsidee een kritische noot. Met name Rousseau kust de Romantiek wakker. Neen, schrijft hij, we zijn niet louter varkens, in het diepst van onszelf sluimert het goede. We moeten het niet laten gebeuren dat we deze goede kern laten verkommeren door onze culturele ontwikkeling. We moeten onszelf bevrijden van schadelijke maatschappelijke inkapseling en onze ongerepte natuur hervinden.

Dankzij deze voorgangers worden wij, modernen, sindsdien gedreven door Verlichting en Romantiek, door nutsmaximalisatie: groei moet, én door een hartstochtelijke zoektocht naar authenticiteit, ons allerdierbaarste en eigenste zelf.

Inmiddels is de spreekbeurt gevorderd tot de laatste paar minuten. Plato en het genie van het Christendom komen daardoor niet echt uit de verf en moeten het doen met een minieme samenvatting. Die gaat als volgt:

De twee booswichten: Verlichting en Romantiek hebben de klassieke en Christelijke beschaving overwoekerd.

Die beschaving had oog voor de onzichtbare maat. Mensen zijn goed en slecht, er zit van alles in ons wat deugt en niet deugt. Maatvoering is nodig. We moeten het goede ontwikkelen en het kwade bestrijden. Iedere dag weer proberen een beter mens te worden. Met Erasmus moeten we de miles Christi (= de soldaat van Christus) in ons alle ruimte geven. Vergelijk het met het jihadisme in de Islam. Ware ethiek vinden we in de navolging van Christus. Niet in begeertebevrediging, niet in zelfontplooiing, maar in zelfopofferende liefde, verzinnebeeld in Christus aan het kruis en de Madonna met het kind. Het gaat om het voor laten gaan van de ander, om zorgen voor elkaar zonder eigenbelang.

Na de pauze is er te kort tijd voor een aftastende, kritische toetsing. Is het niet veeleer de industriële   revolutie, de vlucht van technische en wetenschappelijke innovatie en de daaropvolgende verslavende welvaart die ons modernen parten speelt? Volgens Kinneging zijn de ideeën leidend. Is niet hoop te putten uit de sterker wordende feminisering en parallel daaraan de afbrokkeling van het patriarchaat? Neen, zegt Kinneging, vrouw of man aan de leiding is om het even. Biedt het mensbeeld van René Girard niet meer houvast dan te speculeren over een herstart van de traditionele deugdenleer? Schildert Kinneging niet een eenzijdig zwart beeld van Verlichting en Romantiek en een te rooskleurig panorama van de traditie? Is het allemaal zo fraai wat de kerk heeft laten zien?

Enkele reacties uit het publiek bevestigen mijn indruk dat Kinneging er vanavond niet in slaagde  het niveau te benaderen van zijn indrukwekkende De onzichtbare maat. De presentator doet de schrijver tekort. Jammer, want ik word niet moe om te herhalen: het is een magistraal werkstuk. Grootmeesterlijk worden Plato, Augustinus en Thomas verklaard in een vloeiende stijl.

Tot slot:

  1. Het is de vraag of (en zo ja, hoe dan?) deze eerste lezing ingaat op het thema van de cyclus: Hoe komen we tot waardegericht handelen in het publieke domein?
  2. Over het realiteitsgehalte van de kern van zijn betoog – om de hiërarchische principes van weleer uit onze klassieke en Christelijke cultuur te herbronnen – valt te twisten.
  3. Geldt werkelijk, zoals Kinneging argumenteert: “Erst kommt die Moral, dann kommt das Fressen”?

Warrie Schuurman