Nietzsche en wij

We zijn amateur filosofen onder elkaar. Dat eist kritische zin. Dat wil zeggen: bevragen wat voor vanzelfsprekend doorgaat en als vanzelfsprekend geldt. Eigen en andermans pretenties relativeren. Niet kakelen alsof je de wijsheid in pacht hebt, maar durven denken. Elkaar bij de les houden. Geen scherpslijperij, geen zoethouderij, maar hartstochtelijk verlangen naar wijsheid. Dit filosoferen willen we wakker roepen in onze Bilthovense Kring, filosoferen over het hier en nu.

De jongste tijden zijn er overigens niet naar om zoete broodjes te bakken. Alarmbellen rinkelen niet alleen, ze worden ingehaald door de werkelijkheid: Het ene na het andere IPCC rapport over het klimaat…Corona…Poetin…het houdt niet op.

Hoog tijd om Nietzsche erbij te halen. De Nietzsche die Henk Manschot ons voorschotelt in zijn inspirerende boek Blijf de aarde trouw, pleidooi voor een Nietzscheaanse terrasofie.

 Deze Henk Manschot zal na Klaas van Egmond, op 4 april, onze inleider zijn. Met Manschot is besproken om de samenvatting van zijn boek vooraf te verspreiden. Hij wil heel graag een interactieve gedachtewisseling uitlokken, met een publiek dat als ‘t ware startklaar is, ‘woke’.

Waarom is deze Nietzsche van Manschot zo de moeite waard?

Dat is omdat Nietzsche ons, moderne Westerlingen, ondubbelzinnig zegt waar het op staat. Omdat hij precies de vinger op de zere plek legt. Niet corona maakt ons ziek, zegt Nietzsche, het is de mens die de aarde ziek maakt. Een boodschap die inmiddels haar profetische karakter kwijt is. Het is harde realiteit geworden. Onze planeet verdraagt de mens, deze zelfverklaarde corona/kroon van de schepping, niet langer.

Ik vertel u niks nieuws. De litanie aan publicaties hierover is niet te missen. De mens (Grieks: antropos) is zelfs ingeburgerd als naamgever van het huidige geologische tijdperk, het antropoceen.

Om dit nog eens op te frissen kan een recente publicatie van Paul Verhaeghe, Houd afstand, raak me aan, dienst doen. Het biedt een knap overzicht van de alarmfase waarin we ons bevinden.

Maar Nietzsche biedt meer. Hij jammert niet alleen, maar gaat voorop op weg naar de uitgang, weg uit de mythe van de vooruitgang. Want dat is de centrale boodschap van het boek van Manschot.

De laatste jaren van zijn lucide bestaan experimenteert en ervaart Nietzsche een genezingsproces naar lichaam en geest. Hij voelt zich…

“…als herboren, in een nieuwe huid, prikkelgevoeliger, boosaardiger, met een fijnere smaak voor de vreugde, met een zachtere tong voor alle goede dingen, met blijmoediger zinnen, met een tweede, gevaarlijker onschuld in blijdschap, tegelijkertijd kinderlijker en honderdmaal geraffineerder dan je ooit van te voren bent geweest.”

“Wat heb je”, vervolgt hij, “een afkeer van het genot, het grove, botte, bruine genot zoals dat in andere kringen, bij onze genieters, bij onze ‘ontwikkelden’, bij onze rijken en regeerders wordt opgevat. Hoe boosaardig luisteren we in het vervolg naar de grote standwerkersbombarie waarmee de ‘ontwikkelde mens’ en de stedeling zich heden ten dag door kunst, literatuur en muziek laat dwingen tot ‘geestelijke genietingen’, ondersteund met geestelijke dranken. (…) Wat is de hele romantische heisa en zinsverwarring waar het ontwikkelde plebs zo dol op is, alsmede zijn aspiraties naar het hogere, verhevene, dolgedraaide, wat is dit onze smaak nu ineens vreemd geworden.”

Met andere woorden Nietzsche heeft de daad bij het woord gevoegd. Hij heeft zijn keurige baan als hoogleraar filologie in het brave Bazel eraan gegeven en zich helemaal toegelegd op een zoektocht naar genezing voor de aarde. Hoe krijg je vat op de nihilistische mens die de aarde meer en meer bevolkt en domineert?

Nietzsche was een uitzonderlijk mens. Hoogbegaafd, hypersensitief, Luthers-protestants atheïstisch, classicus, elitair. Hij verachtte middelmaat, vals sentiment, meelopers, laffe mentaliteit, (klein-) burgerlijkheid, christendom(melijkheid), socialisme (=slavenmoraal).

De laatste jaren van zijn geestelijk gezonde bestaan, leeft Nietzsche van een klein pensioen,  amper veertig jaar oud, ‘s zomers in het bergdal Oberengadin, in het dorp Sils Maria, en ‘s winters liefst vlakbij de Middellandse Zee in Italië, in onooglijke pensions met zijn kist boeken, een tafel, een stoel en een bed.

Nietzsche fulmineert hier tegen het nihilisme van zijn tijd. In de pure natuur, uren wandelend in de bergen en aan zee, snakt hij naar een remedie tegen de mens die de aarde ziek maakt. Zo komt hij in Also sprach Zarathustra tot zijn lyriek over ‘de grote transformatie’ van mens naar ‘bovenmens’.

Nietzsche herontdekt de aarde als levende entiteit, ontzagwekkend, anders, niet als iets wat zich laat toe-eigenen en bezitten. Hij neemt de afslag naar een geaard bestaan, weg van de universele, uniformerende werking van de moderne vervreemding. Al wandelend in de natuur ‘verlichaamt’ hij, hij gaat lijfelijker ervaren, observeren en denken. De dieren helpen hem bij deze grote transformatie, zoals dichters en verhalenvertellers weten van de helende kracht die van dieren uitgaat. De leeuw kan lachen en de muizen dansen op tafel. ‘Zarathoestra’, schrijft Nietzsche ‘lag bedolven onder gele en rode bessen, druiven, rozenbottels, geurige kruiden en dennenappels. En aan zijn voeten lagen twee lammeren uitgestrekt, die de adelaar met moeite ontroofd had aan hun herder.’

Nietzsche herkent zich in de Oudtestamentische profeet Elia, zoals die bij de beek Krith wordt gevoed door raven, op de vlucht voor de goddeloze politiek van koning Achab en zijn vrouw Izebel.

Het dagelijkse urenlange wandelen in de natuur vertraagt zijn denken en intensiveert zijn reflectie. In hem ontwaakt geaard leven. Hij proeft en smaakt het klimaat, de ruimte, het ritme en de kwaliteit van de muziek van de stilte.

Ik sla een heleboel over van wat er in Blijf de aarde trouw aan moois te lezen is en eindig met de vingerwijzingen aan het eind van het boek.

Allereerst: met Nietzsche kunnen we uiterst kritisch en somber zijn over het huidige tijdsgewricht, het wordt evenwel gerelativeerd als we beseffen er beter aan te doen onszelf niet als de laatste generatie te zien, maar als overgangsfiguren naar een nieuwe toekomst voor onze kinderen. Grote Gezondheid poneert Nietzsche als hoogste waarde, niet slechts overleven maar goed leven. Het herstel van de binding met de aarde, het geluk van dieren en het circulaire ritme van de natuur.

Het gaat erom, een tweede vingerwijzing, dat mensen van nature vormgevers en gangmakers van verandering zijn – Nietzsche is geen anti-techneut – en bewuster moeten experimenteren met de groeiende spanning tussen respect voor de aarde en voortgaande creativiteit.

Ook, en dat is punt drie, gaat het om het zoeken naar een nieuwe balans tussen lokale en globale belangen en naar de waarden die in dat proces van vitaal belang zijn. Op zoek naar pluraliteit en diversiteit, indachtig de stelling van UNESCO: Cultural diversity is as necessary for human kind as biodiversity is for nature. Hoe doe je dat als het lokale, de krachten van onderop, het wonen, de voeding, de zorg…doortrokken zijn van de dynamiek van grootschaligheid en internationalisering? Op zoek dus naar de ecologie van het leven in plaats van naar de ons beheersende economie van de dood (M.L King).

Ten slotte: Nietzsche zoekt een nieuwe mens, weg van de humaniteit die baanbreekt in de moderniteit, de stadmens waar Marsman over dicht:

Geen stijl maar des te meer karakter heeft de stad/

een harde en benepen eigenzinnigheid/

die zich de maat van alle dingen waant.

 Nietzsche experimenteert op zoek naar de Bovenmens teneinde het mens-gecentreerde denken achter ons te laten, daarmee de imperialistische greep van de mens op de aarde die ons het antropoceen heeft opgeleverd vaarwel te zeggen en onszelf te ontwerpen als verantwoordelijke bewoners die de aarde delen met al het andere leven.

Het is de moeite waard om te kauwen en te herkauwen wat Nietzsche ons via Manschot voorschotelt over: het ‘inlijven’ van de natuur om je heen, over de persoonlijke en publieke stijl van leven en lokale cultuur, kortom, over de weg naar de bovenmens.

Zeist, 11-3-2022, Warrie Schuurman