Verslag lezing Henk Manschot

Bilthoven, 4 april 2022. Woudkapel, Bilthovense Kring met professor Henk Manschot.

Buiten is het hooguit een graad of 5 met een druilerige regen. Binnen is het behaaglijk. Een nagenoeg volle zaal, een wijze spreker met een milde stem en een presentatie over de allesbehalve alledaagse Friedrich W. Nietzsche. Jammer dat de live-stream via YouTube mislukt. We zijn toch nog onvoldoende ingespeeld op de nieuwe zaal + techniek.

Manschot start met bekende, alarmerende, treurig stemmende statistieken: een recent opinie-onderzoek onder jonge mensen van De Correspondent. Ruim 40% geeft aan wanhopig te zijn over de klimaatcrisis, 30% zegt later geen kinderen te willen.

Nietzsche, zegt Manschot, was één van de eersten die een verwante jammerklacht, deze ‘passion triste’, uitte. Hij bekritiseerde hevig de moderne waarden van de industriële en politieke revolutie, die toen met horten en stoten in de 19e eeuw in Europa om zich heen greep. De moderne tijd, zegt Nietzsche, vervreemdt de mens van zichzelf.

Maar – en daarover gaat de studie van Manschot: Blijf de aarde trouw, een pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie – Nietzsche wil weg uit de vervreemding, weg van deze jammerklacht.

Nietzsche wil verbinding met de aarde, met de natuur, hij wil enthousiasmerende emoties: dankbaarheid, blijdschap, bevrijding, dansen! Tussen 1879 en 1889 – de laatste tien jaar van zijn lucide bestaan – wijdt hij zich aan deze taak.

De moderne mens, de meester en bezitter van de aarde (Descartes), is ontspoord. In zijn Zarathoestra zegt Nietzsche het zo:

De aarde heeft een huid
Die huid heeft ziekten
Een van die ziekten is de mens

Vraag: Hoe kom je af deze ziekte, van het vooruitgangsgeloof? Nietzsches antwoord: Anders gaan leven!

Nietzsche verlaat zijn professoraat in Bazel, 36 jaar jong. Hij vertrekt naar onooglijke pensions, ‘s zomers naar Sils Maria, hoog in de Alpen en ‘s winters naar de Italiaans-Franse kust van de Middellandse zee. De overweldigende natuur ervaart hij in vijf/zes uur durende wandelingen, dagelijks, jaar in jaar uit. De bergen, de lucht, de zee, de kust, de zon… het één zijn met en alleen zijn in de natuur leert en inspireert hem. Hij construeert geen filosofisch systeem, geen theorie. Hij probeert natuurlijk te zijn, en noteert wat hij ervaart. Zo sprokkelt hij zijn diagnose bij elkaar.

Eens, zegt hij, was vergrijpen aan God het grootste vergrijp.
Nu is het vreselijkste zich aan de aarde te vergrijpen.

De mens heeft zich opgesteld tegenover de natuur. Die staat sindsdien in dienst van de mens; heeft zo geen intrinsieke waarde. Nietzsche ervaart dat het radicaal anders is. De natuur, het leven, de planten de dieren beleven tijd heel anders dan de tijdsbeleving van de mens met zijn vooruitgangsgeloof. Het beleven van vreugde van schoonheid van eten van …noem het maar op… het wordt even rijk als de biodiversiteit zelf.

Hij ervaart als een gevoelige aandachtige leerling: de mens is niet meester maar partner van wat leeft. Dus meldt hij:

Blijft, broeders, met de macht van jullie deugd,
de aarde trouw
Laat jullie liefde, jullie inzicht, de aarde dienen…
opdat de aarde haar zin geeft,
een mensenzin

Onze tijd is overrijp voor dit ervaringsleren van Nietzsche, het blijkt uit het affectieve gesprek na de pauze. De intitiatieven van de wetenschap – Frans de Waal –, het recht – plant en dier worden meer en meer gezien als actor –, de filosofie – Bruno Latour –, lokale intitiatieven – een bewonersgroep in de Leyen die biobewust de natuur te hulp roept – ze zijn er.

Eigenlijk wil het geboeide gehoor nog langer doorpraten, want hoe doorbreek je de heersende vervreemding, waarin we onszelf hebben gemanoeuvreerd en waaraan we ons in overgrote mate blijven overgeven, maar ons natuurlijk gestel stelt grenzen. We gaan slapen.