Categoriearchief: Geen categorie

Verslag lezing Van Tongeren

Maandag 30 mei 2022 verzorgt Paul van Tongeren, voor ons de afsluitende lezing van het thema: het verlangen naar waardegericht handelen in het publieke domein, en of het coronavirus in dit verband een keerpunt zou kunnen betekenen.

Van Tongeren maakt zijn verkiezing tot Denker des Vaderlands waar op de hem vertrouwde wijze. Hij denkt hardop na en neemt zijn publiek mee in een samenhangende beschouwing over de vier lezingen die aan de zijne voorafgingen (voor de samenvattingen zie: www.bilthovensekring.nl), gevolgd door zijn kanttekeningen daarbij. Twee constanten springen er voor hem uit:

  1. Een pleidooi voor een publiek gesprek over waarden
  2. kritiek op (de uitwassen) van de moderniteit

Waarden, zo begint Van Tongeren zijn reflectie, zijn aspecten van de betekenis die mensen toekennen aan gebeurtenissen – een ‘slordig’ woord dat staat voor: alles wat zich voordoet. Waarden kun je niet concreet vaststellen, ze zijn niet grijpbaar als feiten.

Welnu, het onderscheid tussen feit en betekenis (waaronder waarde) wordt grofweg door twee tendensen bedreigd.

De eerste tendens is die van het sciëntisme, dat wil zeggen: een groeiende overwaardering van wetenschap en onderzoek naar waarheidsvinding als zijnde dé instanties waarop we kunnen bouwen om vat te krijgen op de wereld die ons omringt – zie de wijze waarop het OMT gedurende de corona-crisis werd gebruikt als sokkel om het corona-beleid te stutten. Deze tendens om de betekenis van gebeurtenissen te zoeken in de intensivering van de waarheidsvinding tast de humaniteit zelf aan.

Voor Van Tongeren is het onderscheid maken tussen de werkelijkheid van de gebeurtenissen en de betekenis (en daarmee ook de waarde) die we eraan toekennen onderscheidend (ten overstaan van andere dieren) en essentieel voor de mens.

De tweede tendens die het onderscheid tussen feit en betekenis ondermijnt is het subjectivisme. Het ongenuanceerd wegzetten van elke mening, opvatting, opinie – hoe gegrond ook – als subjectief, in de trant van: ‘OK, dat vind jij; nou en?’

Daartegenover, stelt Van Tongeren, is het zo dat als iemand een betekenis toekent aan een gebeurtenis, er geen schepping ex nihilo plaatsvindt, maar een gewaarwording ontstaat, een ‘aisthesis’(vgl. esthetiek), een term ontleend aan Aristoteles. Iets buiten het subject dringt zich op als veroorzaker van de betekenis die wordt toegekend. Kort gezegd: we geven geen betekenis, maar zien die.

Denken en spreken over betekenis vereist, waar de meningen verdeeld zijn, de erkenning van eigen onzekerheid en een onopgeefbaar zoeken naar waarheid, hoe verborgen ook.

Dit denken en spreken zoekt consensus – iets totaal anders dan een meerderheidsstandpunt, en vergeet niet dissensus te borgen. De corona-crisis toont de moeilijkheidsgraad van deze exercitie. Waar in de stapeling van data en statistieken de betekenis van corona werd gezocht om de juiste keuzes te maken, bleek de borging van dissensus een brug te ver. De ‘wappies’ werden kansloos gemarginaliseerd.

Dan de kritiek op de moderniteit.

Wederom is Van Tongeren zich ervan bewust dat hij wat ongenuanceerd, grofweg – vanuit Europees perspectief – de premoderne tijd (van vóór 1500 na Chr.) scheidt van de moderniteit.

In de premoderne tijd zit de natuur goed in elkaar; in de moderniteit wordt de natuur vooral gezien als gebruiksvoorwerp dat de mens kan manipuleren naar zijn smaak.

Een tweede groot onderscheid is dat tussen het gemeenschapsdenken in de premoderne tijd en het individualisme van de moderniteit. Opnieuw fungeert corona als spiegel om te begrijpen waar dat toe leidt.

Aanvankelijk schaarde de Nederlandse bevolking zich massaal achter Rutte & Co in de aanpak van de crisis. Maar die steun hield niet stand. De unanieme waardering versplinterde gestaag, want de Nederlander weigerde meer en meer zijn individuele vrijheid te onderschikken aan het gemeenschappelijk belang. Een consistent testbeleid bleek onhaalbaar.

Ten slotte: Zo moeilijk als ik het vind om in een kort bestek recht te doen aan de beschouwing van Van Tongeren, zo onmogelijk acht ik het de kwaliteit van de discussie na de pauze in een paar woorden te vangen.

Hopelijk bindt corona blijvend in, zodat iedereen als voorheen voortaan weer ter plekke kan ervaren hoe indringend we bij tijd en wijle in onze kring de inleiders weten te bevragen.

Het verlangen naar waardegericht handelen

Bilthovense Kring, 9 mei 2022

Hans Alma: Het verlangen naar waardegericht handelen in het publieke domein

Maandagavond 9 mei 2022, de dag waarop Poetin & co de Russische overwinning op de nazi’s viert, ontvouwt dr. Hans Alma voor ons haar verlangen naar waardegericht handelen in het publieke domein. Een schriller contrast tussen de bittere realiteit enerzijds en ons dagdromen anderzijds over heling van ons bestaan is nauwelijks denkbaar.

Vertrekpunt voor de invulling van het verlangen van mevrouw Alma is Michael Sandel, Harvard’s rockstar moralist, met zijn kritiek op het kapitalisme. De markt is niet onschuldig. Geld vernietigt het ethos. Hieraan wordt stilzwijgend voorbijgegaan, of er wordt polariserend over gestreden. We missen gaandeweg een gemeenschappelijke taal om het met elkaar over moreel gedrag te hebben. De resultante van deze tucht van de markt doet ons handelen in een moreel tolerant-onverschillige wereld, balancerend in levensbeschouwelijke armoe.

Welnu, zegt Alma, onder deze kritiek zit ons verlangen verborgen naar aandacht, compassie en zorg.

Psychiaters als Verhaeghe en De Wachter, sociologen als Zygmunt Bauman – ‘in onze vloeibare samenleving hebben netwerken de plaats ingenomen van partners’ – hameren voortdurend op de maatschappelijke oorzaak van onze nood aan existentiële zingeving. Dit wat betreft de sombere kant van dit verlangen.

Het positieve deel is interessanter. Want dit fundamenteel menselijk verlangen is tevens een impuls en een appel – de stuwkracht van onze hoop op een wereld waar het een goede plaats is om te zijn. Het schept verbeeldingskracht (1) om wat is te blijven zien als wat erin verborgen ligt als mogelijkheid, (2) om een voorstelling te kunnen maken van deze mogelijkheid, en (3) om het democratisch spel van het reflecteren op het perspectief van de ander te kunnen spelen.

Dit verlangen is geen vlucht, geen fantasie, maar juist een aandachtig verblijven in het hier en nu.

Het heeft drie ankerpunten.

Aandacht is het eerste. Aandacht, zoals de schilder Morandi die geeft aan wegwerp materiaal. Hij laat blikjes, potjes, kartonnetjes niet in de goot liggen, maar dansen in zijn stillevens.

Aandacht maakt van wat is een getuigenis, dankzij wachten, openheid, geduld, en een responsieve houding. Aandacht genereert (1) dat waarnemer en waargenomene op elkaar betrokken raken, (2) actief engagement in een wereld die om respons vraagt, en (3) oog, oor en hart voor de schoonheid van wat dan verschijnt.

Het tweede ankerpunt is compassie. Matthieu Ricard, de Franse kompaan van de Dalai Lama, is nu de gids van Alma, vooral om te ontsnappen aan de valkuil van medelijden dat te vaak ontaardt in bevoogding. Compassie is de moed om bij de ander te zijn in zijn of haar pijn en lijden en niet om empathisch in deze pijn en lijden op te gaan. Ook wederkerigheid in het aanvaarden van elkaars nabijheid. Alma aarzelt niet om oudtestamentische klanken op te roepen: ontferming, barmhartigheid, dat is de kern van de moed om bij de ander te zijn.

Het derde ankerpunt is zorg: gedefinieerd als transformatief handelen gericht op heelwording – individueel, maatschappelijk en ecologisch.

Joan Fronto heeft er nadrukkelijk op gewezen de tendens van onze welvarende tijd tegen te gaan om zorgtaken uit te besteden. Zorg moet onze zorg zijn, verbeeldingsvolle zorg ons doel, zo geven we handen en voeten aan de hoop op een wereld waar het een goede plaats is om te zijn.

Na de koffie en thee bleek ons publiek aandachtig te hebben geluisterd. Alma kreeg de gelegenheid om verhelderend toe te lichten hoezeer in haar hoopvolle verlangen empathie en compassie verschillen. Hoe deze hoop ingang zou kunnen vinden in de ‘boze’ wereld buiten de knusse genoeglijkheid van de Woudkapel blijft een open vraag.

Verslag lezing Henk Manschot

Bilthoven, 4 april 2022. Woudkapel, Bilthovense Kring met professor Henk Manschot.

Buiten is het hooguit een graad of 5 met een druilerige regen. Binnen is het behaaglijk. Een nagenoeg volle zaal, een wijze spreker met een milde stem en een presentatie over de allesbehalve alledaagse Friedrich W. Nietzsche. Jammer dat de live-stream via YouTube mislukt. We zijn toch nog onvoldoende ingespeeld op de nieuwe zaal + techniek.

Manschot start met bekende, alarmerende, treurig stemmende statistieken: een recent opinie-onderzoek onder jonge mensen van De Correspondent. Ruim 40% geeft aan wanhopig te zijn over de klimaatcrisis, 30% zegt later geen kinderen te willen.

Nietzsche, zegt Manschot, was één van de eersten die een verwante jammerklacht, deze ‘passion triste’, uitte. Hij bekritiseerde hevig de moderne waarden van de industriële en politieke revolutie, die toen met horten en stoten in de 19e eeuw in Europa om zich heen greep. De moderne tijd, zegt Nietzsche, vervreemdt de mens van zichzelf.

Maar – en daarover gaat de studie van Manschot: Blijf de aarde trouw, een pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie – Nietzsche wil weg uit de vervreemding, weg van deze jammerklacht.

Nietzsche wil verbinding met de aarde, met de natuur, hij wil enthousiasmerende emoties: dankbaarheid, blijdschap, bevrijding, dansen! Tussen 1879 en 1889 – de laatste tien jaar van zijn lucide bestaan – wijdt hij zich aan deze taak.

De moderne mens, de meester en bezitter van de aarde (Descartes), is ontspoord. In zijn Zarathoestra zegt Nietzsche het zo:

De aarde heeft een huid
Die huid heeft ziekten
Een van die ziekten is de mens

Vraag: Hoe kom je af deze ziekte, van het vooruitgangsgeloof? Nietzsches antwoord: Anders gaan leven!

Nietzsche verlaat zijn professoraat in Bazel, 36 jaar jong. Hij vertrekt naar onooglijke pensions, ‘s zomers naar Sils Maria, hoog in de Alpen en ‘s winters naar de Italiaans-Franse kust van de Middellandse zee. De overweldigende natuur ervaart hij in vijf/zes uur durende wandelingen, dagelijks, jaar in jaar uit. De bergen, de lucht, de zee, de kust, de zon… het één zijn met en alleen zijn in de natuur leert en inspireert hem. Hij construeert geen filosofisch systeem, geen theorie. Hij probeert natuurlijk te zijn, en noteert wat hij ervaart. Zo sprokkelt hij zijn diagnose bij elkaar.

Eens, zegt hij, was vergrijpen aan God het grootste vergrijp.
Nu is het vreselijkste zich aan de aarde te vergrijpen.

De mens heeft zich opgesteld tegenover de natuur. Die staat sindsdien in dienst van de mens; heeft zo geen intrinsieke waarde. Nietzsche ervaart dat het radicaal anders is. De natuur, het leven, de planten de dieren beleven tijd heel anders dan de tijdsbeleving van de mens met zijn vooruitgangsgeloof. Het beleven van vreugde van schoonheid van eten van …noem het maar op… het wordt even rijk als de biodiversiteit zelf.

Hij ervaart als een gevoelige aandachtige leerling: de mens is niet meester maar partner van wat leeft. Dus meldt hij:

Blijft, broeders, met de macht van jullie deugd,
de aarde trouw
Laat jullie liefde, jullie inzicht, de aarde dienen…
opdat de aarde haar zin geeft,
een mensenzin

Onze tijd is overrijp voor dit ervaringsleren van Nietzsche, het blijkt uit het affectieve gesprek na de pauze. De intitiatieven van de wetenschap – Frans de Waal –, het recht – plant en dier worden meer en meer gezien als actor –, de filosofie – Bruno Latour –, lokale intitiatieven – een bewonersgroep in de Leyen die biobewust de natuur te hulp roept – ze zijn er.

Eigenlijk wil het geboeide gehoor nog langer doorpraten, want hoe doorbreek je de heersende vervreemding, waarin we onszelf hebben gemanoeuvreerd en waaraan we ons in overgrote mate blijven overgeven, maar ons natuurlijk gestel stelt grenzen. We gaan slapen.

Klaas van Egmond: Het morele kader van een duurzame samenleving

De ochtend na de lezing van Klaas van Egmond in onze Bilthovense Kring buitelen mijn gedachten nog over en door elkaar. Ongelooflijk wat deze professor ons in drie kwartier weet voor te schotelen.

We ontmoeten in hem een sympathieke, erudiete, even rap denkende als pratende Bilthovenaar. Hij presenteert zijn jongste boek, Homo universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance (Amsterdam, 2019). Via het aanstippen van corona en Poetin, klimaatverstoring, uitsterving van de soorten, neoliberaal triomfalisme en overige hedendaagse rampspoed verklaart Van Egmond ons zijn morele denkrichting.

Met de bekende tekening van Leonardo da Vinci van de Vitruviusman als visueel anker krijgen we de Europese ideeëngeschiedenis voorgeschoteld in één groot verband. Mens- en wereldbeeld van Plato en Aristoteles, van Montaigne en Shakespeare van Pauli en Jung en vele, vele anderen worden in een combi verenigd en gezeten op de schouders van deze reuzen zouden wij een duurzame koers kunnen uitzetten in de dagelijkse strijd om het bestaan. Het is zó jammer dat onze politici, onze economische oligarchen, en wijzelf – consumenten en democratische kiezers – deze ideëel morele rijkdom nog altijd niet, in ieder geval onvoldoende, als kompas gebruiken!

Ik waag me niet aan een samenvatting van deze presentatie. Het zou teveel het effect hebben van een theezakje dat voor de zoveelste keer in een ander kopje water wordt gedompeld. In plaats daarvan parafraseer ik een samenvatting van de meester, Van Egmond zelf, zoals ik die in een artikel van zijn hand aantrof.

Duurzaamheid kun je identificeren als menselijke waarde. Een menswaardige ontwikkeling is duurzaam, als het democratische proces geleid wordt door een steeds opnieuw uit te balanceren, openbaar debat over het te volgen wereldbeeld. Een integraal wereldbeeld is voor een samenleving net zo belangrijk als een democratisch systeem. Dit integrale wereldbeeld is te destilleren uit sociologische studies, filosofische inzichten en een kritische beoordeling van de Europese  ideeëngeschiedenis in de achter ons liggende eeuwen. In een integraal wereldbeeld moet een balans worden bewaard tussen materiële en immateriële, en tussen individuele en gemeenschappelijke waarden. Pas zo kun je volwaardig mens zijn. Deze waarden zouden niet stilzwijgend voorondersteld moeten worden, maar telkens weer precies, duidelijk en zo openbaar mogelijk present gesteld. Dat zou politici in staat stellen desintegrerende, middelpuntvliedende krachten te onderkennen om daar het een en ander tegenover te stellen, voordat deze krachten de publieke debatten gaan polariseren, wereldbeelden in hun extreme tegenbeelden doen verkeren, de samenleving ontwricht raakt en – zoals zo vaak in verleden en heden (!) – catastrofen ons treffen.

Voor een precieze en duidelijke presentatie verwijs ik nogmaals naar de studie Van Egmond: Homo universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance. En naar de opname van zijn lezing https://youtu.be/4b-_QQVZp_U die nog een tijdje in de lucht blijft.

Warrie Schuurman, 15 maart 2022

Lezing Kinneging 18 oktober 2021

Bilthoven, Woudkapel maandag 18 oktober 2021

Eerste lezing over het thema: Hoe komen we tot waardegericht handelen in het publieke domein?

Ziehier het verslag van de eerste lezing voor de Bilthovense Kring van de cyclus 2021-2022. Warrie Schuurman neemt het stokje over van Ebbe Rost van Tonningen die zich enkele jaren voortreffelijk heeft gekweten van zijn taak als verslaggever van onze lezingen.

Als een archeoloog wil de ideoloog Andreas Kinneging opgraven wat de laatste eeuwen is overwoekerd: de kennis van goed en kwaad. Dat is in de kern het pleidooi van zijn magistrale boek De onzichtbare maat (2020 Prometheus Amsterdam). Maandagavond, 18 oktober, kwam hij dat vertellen in de net niet uitverkochte Woudkapel, de nieuwe, stijlvolle locatie van onze Bilthovense Kring. Wat een genoegen om elkaar weer te kunnen ontmoeten!

In zijn woord vooraf belooft Kinneging eerst stil te zullen staan bij de grondslag van onze moderniteit waardoor een eeuwenoude traditie is teloorgegaan, de twee-eenheid Verlichting en Romantiek. Een ideologie met een theologie (denkt hij hier bijvoorbeeld aan Kloos: ‘ik ben een God in het diepst van mijn gedachten’? W.S.) die hij niet zal uitdiepen, en een mensbeeld waar hij wel op in zal gaan.

‘Daarna’, vervolgt hij, ‘benoem ik wat ik onder die overwoekering aan waardevolle traditie heb herontdekt: het ideële mensbeeld van de klassieken, met als belangrijkste representanten Plato en Aristoteles, en het genie van het Christendom, op-en-top beschreven door Augustinus en Thomas van Aquino.’

Om te illustreren hoe snel na WO2 de teloorgang van het traditionele erfgoed is gegaan, vergelijkt Kinneging de VVD van Oud (uit het beginselprogram van 1948): ‘Nederland is doordrenkt van de waarden van het Christendom’ met het ideële vacuüm van Rutte: ‘visie is een olifant die het zicht belemmert’. Hij kiest dit voorbeeld in de veronderstelling dat velen onder ons wel VVD zullen stemmen! (Zou ‘t? W.S.) De heersers/leiders van vroeger kenden hun klassieken, maar de traditie van waaruit ook Oud en voor hem Thorbecke putten is opgedroogd. De meeste, moderne intellectuelen, laat staan politieke leiders zal het een zorg zijn. Welnu, Kinneging vindt het een dramatische ontwikkeling.

Wie zijn de Verlichters die dit drama veroorzaken? Descartes, Hobbes (politiek-theoretisch de belangrijkste), Francis Bacon en ten onzent Spinoza. Natuurlijk later ook: Voltaire, Diderot en d’Alembert met hun encyclopedie, Hume, Kant e.a. Zij scheppen een verlichtingsdenken dat eigenlijk pas goed indaalt in de geesten van de massa in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Hobbes stelt vast en neemt als startpunt de kosmologische visie: wat is, is louter materie in beweging. Alles wat is, heeft een materiële, oorzakelijke samenhang, inclusief de mens en zijn streven. (= Dick Swaab: Wij zijn ons brein)

Ons streven en begeren is net als het leven van plant en dier een bewegen van onze moleculen, onze enzymen, onze sappen. Wel is er een alleszeggend verschil tussen mens en dier-en-plant. Ons streven, onze begeertes zijn onbegrensd. Het is nooit genoeg. Schaarste wordt het argument voor ons streven. Daardoor ontstaan groepsconflicten. De mens wordt voor zichzelf een wolf. Een staat is nodig om de vrede te handhaven en om binnen veilige grenzen de vrijheid te waarborgen voor de begeerte naar winst en nutsmaximalisatie.

In de achttiende eeuw komt op deze verlichtingsidee een kritische noot. Met name Rousseau kust de Romantiek wakker. Neen, schrijft hij, we zijn niet louter varkens, in het diepst van onszelf sluimert het goede. We moeten het niet laten gebeuren dat we deze goede kern laten verkommeren door onze culturele ontwikkeling. We moeten onszelf bevrijden van schadelijke maatschappelijke inkapseling en onze ongerepte natuur hervinden.

Dankzij deze voorgangers worden wij, modernen, sindsdien gedreven door Verlichting en Romantiek, door nutsmaximalisatie: groei moet, én door een hartstochtelijke zoektocht naar authenticiteit, ons allerdierbaarste en eigenste zelf.

Inmiddels is de spreekbeurt gevorderd tot de laatste paar minuten. Plato en het genie van het Christendom komen daardoor niet echt uit de verf en moeten het doen met een minieme samenvatting. Die gaat als volgt:

De twee booswichten: Verlichting en Romantiek hebben de klassieke en Christelijke beschaving overwoekerd.

Die beschaving had oog voor de onzichtbare maat. Mensen zijn goed en slecht, er zit van alles in ons wat deugt en niet deugt. Maatvoering is nodig. We moeten het goede ontwikkelen en het kwade bestrijden. Iedere dag weer proberen een beter mens te worden. Met Erasmus moeten we de miles Christi (= de soldaat van Christus) in ons alle ruimte geven. Vergelijk het met het jihadisme in de Islam. Ware ethiek vinden we in de navolging van Christus. Niet in begeertebevrediging, niet in zelfontplooiing, maar in zelfopofferende liefde, verzinnebeeld in Christus aan het kruis en de Madonna met het kind. Het gaat om het voor laten gaan van de ander, om zorgen voor elkaar zonder eigenbelang.

Na de pauze is er te kort tijd voor een aftastende, kritische toetsing. Is het niet veeleer de industriële   revolutie, de vlucht van technische en wetenschappelijke innovatie en de daaropvolgende verslavende welvaart die ons modernen parten speelt? Volgens Kinneging zijn de ideeën leidend. Is niet hoop te putten uit de sterker wordende feminisering en parallel daaraan de afbrokkeling van het patriarchaat? Neen, zegt Kinneging, vrouw of man aan de leiding is om het even. Biedt het mensbeeld van René Girard niet meer houvast dan te speculeren over een herstart van de traditionele deugdenleer? Schildert Kinneging niet een eenzijdig zwart beeld van Verlichting en Romantiek en een te rooskleurig panorama van de traditie? Is het allemaal zo fraai wat de kerk heeft laten zien?

Enkele reacties uit het publiek bevestigen mijn indruk dat Kinneging er vanavond niet in slaagde  het niveau te benaderen van zijn indrukwekkende De onzichtbare maat. De presentator doet de schrijver tekort. Jammer, want ik word niet moe om te herhalen: het is een magistraal werkstuk. Grootmeesterlijk worden Plato, Augustinus en Thomas verklaard in een vloeiende stijl.

Tot slot:

  1. Het is de vraag of (en zo ja, hoe dan?) deze eerste lezing ingaat op het thema van de cyclus: Hoe komen we tot waardegericht handelen in het publieke domein?
  2. Over het realiteitsgehalte van de kern van zijn betoog – om de hiërarchische principes van weleer uit onze klassieke en Christelijke cultuur te herbronnen – valt te twisten.
  3. Geldt werkelijk, zoals Kinneging argumenteert: “Erst kommt die Moral, dann kommt das Fressen”?

Warrie Schuurman

 

Nietzsche en wij

We zijn amateur filosofen onder elkaar. Dat eist kritische zin. Dat wil zeggen: bevragen wat voor vanzelfsprekend doorgaat en als vanzelfsprekend geldt. Eigen en andermans pretenties relativeren. Niet kakelen alsof je de wijsheid in pacht hebt, maar durven denken. Elkaar bij de les houden. Geen scherpslijperij, geen zoethouderij, maar hartstochtelijk verlangen naar wijsheid. Dit filosoferen willen we wakker roepen in onze Bilthovense Kring, filosoferen over het hier en nu.

De jongste tijden zijn er overigens niet naar om zoete broodjes te bakken. Alarmbellen rinkelen niet alleen, ze worden ingehaald door de werkelijkheid: Het ene na het andere IPCC rapport over het klimaat…Corona…Poetin…het houdt niet op.

Hoog tijd om Nietzsche erbij te halen. De Nietzsche die Henk Manschot ons voorschotelt in zijn inspirerende boek Blijf de aarde trouw, pleidooi voor een Nietzscheaanse terrasofie.

 Deze Henk Manschot zal na Klaas van Egmond, op 4 april, onze inleider zijn. Met Manschot is besproken om de samenvatting van zijn boek vooraf te verspreiden. Hij wil heel graag een interactieve gedachtewisseling uitlokken, met een publiek dat als ‘t ware startklaar is, ‘woke’.

Waarom is deze Nietzsche van Manschot zo de moeite waard?

Dat is omdat Nietzsche ons, moderne Westerlingen, ondubbelzinnig zegt waar het op staat. Omdat hij precies de vinger op de zere plek legt. Niet corona maakt ons ziek, zegt Nietzsche, het is de mens die de aarde ziek maakt. Een boodschap die inmiddels haar profetische karakter kwijt is. Het is harde realiteit geworden. Onze planeet verdraagt de mens, deze zelfverklaarde corona/kroon van de schepping, niet langer.

Ik vertel u niks nieuws. De litanie aan publicaties hierover is niet te missen. De mens (Grieks: antropos) is zelfs ingeburgerd als naamgever van het huidige geologische tijdperk, het antropoceen.

Om dit nog eens op te frissen kan een recente publicatie van Paul Verhaeghe, Houd afstand, raak me aan, dienst doen. Het biedt een knap overzicht van de alarmfase waarin we ons bevinden.

Maar Nietzsche biedt meer. Hij jammert niet alleen, maar gaat voorop op weg naar de uitgang, weg uit de mythe van de vooruitgang. Want dat is de centrale boodschap van het boek van Manschot.

De laatste jaren van zijn lucide bestaan experimenteert en ervaart Nietzsche een genezingsproces naar lichaam en geest. Hij voelt zich…

“…als herboren, in een nieuwe huid, prikkelgevoeliger, boosaardiger, met een fijnere smaak voor de vreugde, met een zachtere tong voor alle goede dingen, met blijmoediger zinnen, met een tweede, gevaarlijker onschuld in blijdschap, tegelijkertijd kinderlijker en honderdmaal geraffineerder dan je ooit van te voren bent geweest.”

“Wat heb je”, vervolgt hij, “een afkeer van het genot, het grove, botte, bruine genot zoals dat in andere kringen, bij onze genieters, bij onze ‘ontwikkelden’, bij onze rijken en regeerders wordt opgevat. Hoe boosaardig luisteren we in het vervolg naar de grote standwerkersbombarie waarmee de ‘ontwikkelde mens’ en de stedeling zich heden ten dag door kunst, literatuur en muziek laat dwingen tot ‘geestelijke genietingen’, ondersteund met geestelijke dranken. (…) Wat is de hele romantische heisa en zinsverwarring waar het ontwikkelde plebs zo dol op is, alsmede zijn aspiraties naar het hogere, verhevene, dolgedraaide, wat is dit onze smaak nu ineens vreemd geworden.”

Met andere woorden Nietzsche heeft de daad bij het woord gevoegd. Hij heeft zijn keurige baan als hoogleraar filologie in het brave Bazel eraan gegeven en zich helemaal toegelegd op een zoektocht naar genezing voor de aarde. Hoe krijg je vat op de nihilistische mens die de aarde meer en meer bevolkt en domineert?

Nietzsche was een uitzonderlijk mens. Hoogbegaafd, hypersensitief, Luthers-protestants atheïstisch, classicus, elitair. Hij verachtte middelmaat, vals sentiment, meelopers, laffe mentaliteit, (klein-) burgerlijkheid, christendom(melijkheid), socialisme (=slavenmoraal).

De laatste jaren van zijn geestelijk gezonde bestaan, leeft Nietzsche van een klein pensioen,  amper veertig jaar oud, ‘s zomers in het bergdal Oberengadin, in het dorp Sils Maria, en ‘s winters liefst vlakbij de Middellandse Zee in Italië, in onooglijke pensions met zijn kist boeken, een tafel, een stoel en een bed.

Nietzsche fulmineert hier tegen het nihilisme van zijn tijd. In de pure natuur, uren wandelend in de bergen en aan zee, snakt hij naar een remedie tegen de mens die de aarde ziek maakt. Zo komt hij in Also sprach Zarathustra tot zijn lyriek over ‘de grote transformatie’ van mens naar ‘bovenmens’.

Nietzsche herontdekt de aarde als levende entiteit, ontzagwekkend, anders, niet als iets wat zich laat toe-eigenen en bezitten. Hij neemt de afslag naar een geaard bestaan, weg van de universele, uniformerende werking van de moderne vervreemding. Al wandelend in de natuur ‘verlichaamt’ hij, hij gaat lijfelijker ervaren, observeren en denken. De dieren helpen hem bij deze grote transformatie, zoals dichters en verhalenvertellers weten van de helende kracht die van dieren uitgaat. De leeuw kan lachen en de muizen dansen op tafel. ‘Zarathoestra’, schrijft Nietzsche ‘lag bedolven onder gele en rode bessen, druiven, rozenbottels, geurige kruiden en dennenappels. En aan zijn voeten lagen twee lammeren uitgestrekt, die de adelaar met moeite ontroofd had aan hun herder.’

Nietzsche herkent zich in de Oudtestamentische profeet Elia, zoals die bij de beek Krith wordt gevoed door raven, op de vlucht voor de goddeloze politiek van koning Achab en zijn vrouw Izebel.

Het dagelijkse urenlange wandelen in de natuur vertraagt zijn denken en intensiveert zijn reflectie. In hem ontwaakt geaard leven. Hij proeft en smaakt het klimaat, de ruimte, het ritme en de kwaliteit van de muziek van de stilte.

Ik sla een heleboel over van wat er in Blijf de aarde trouw aan moois te lezen is en eindig met de vingerwijzingen aan het eind van het boek.

Allereerst: met Nietzsche kunnen we uiterst kritisch en somber zijn over het huidige tijdsgewricht, het wordt evenwel gerelativeerd als we beseffen er beter aan te doen onszelf niet als de laatste generatie te zien, maar als overgangsfiguren naar een nieuwe toekomst voor onze kinderen. Grote Gezondheid poneert Nietzsche als hoogste waarde, niet slechts overleven maar goed leven. Het herstel van de binding met de aarde, het geluk van dieren en het circulaire ritme van de natuur.

Het gaat erom, een tweede vingerwijzing, dat mensen van nature vormgevers en gangmakers van verandering zijn – Nietzsche is geen anti-techneut – en bewuster moeten experimenteren met de groeiende spanning tussen respect voor de aarde en voortgaande creativiteit.

Ook, en dat is punt drie, gaat het om het zoeken naar een nieuwe balans tussen lokale en globale belangen en naar de waarden die in dat proces van vitaal belang zijn. Op zoek naar pluraliteit en diversiteit, indachtig de stelling van UNESCO: Cultural diversity is as necessary for human kind as biodiversity is for nature. Hoe doe je dat als het lokale, de krachten van onderop, het wonen, de voeding, de zorg…doortrokken zijn van de dynamiek van grootschaligheid en internationalisering? Op zoek dus naar de ecologie van het leven in plaats van naar de ons beheersende economie van de dood (M.L King).

Ten slotte: Nietzsche zoekt een nieuwe mens, weg van de humaniteit die baanbreekt in de moderniteit, de stadmens waar Marsman over dicht:

Geen stijl maar des te meer karakter heeft de stad/

een harde en benepen eigenzinnigheid/

die zich de maat van alle dingen waant.

 Nietzsche experimenteert op zoek naar de Bovenmens teneinde het mens-gecentreerde denken achter ons te laten, daarmee de imperialistische greep van de mens op de aarde die ons het antropoceen heeft opgeleverd vaarwel te zeggen en onszelf te ontwerpen als verantwoordelijke bewoners die de aarde delen met al het andere leven.

Het is de moeite waard om te kauwen en te herkauwen wat Nietzsche ons via Manschot voorschotelt over: het ‘inlijven’ van de natuur om je heen, over de persoonlijke en publieke stijl van leven en lokale cultuur, kortom, over de weg naar de bovenmens.

Zeist, 11-3-2022, Warrie Schuurman

De moraal van het verhaal van de Partij voor de Dieren

Voor het Kringjaar 2020-21 stond het onderwerp ‘moraalfilosofie’ op de agenda. We hopen de lezingencyclus in min of meer dezelfde programmering door te kunnen schuiven naar 2021-22, als het virus hopelijk enigszins is uitgeraasd.

In de toelichting op ons jaarprogramma (https://www.bilthovensekring.nl/programma-2020-2021/  als de link niet werkt: kijk op de site onder Jaarprogramma 2019-20, Alles van waarde is kwetsbaar) staat “er is een groot gemis aan en daarmee verlangen naar waardegeoriënteerd of waardegestuurd handelen”.  Dus wij hadden sprekers uitgenodigd waarvan wij verwachtten dat zij dat gemis zouden kunnen vullen.

Op 18 januari zou Karen Soeters, directeur van het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren (PvdD) onze gast zijn in de Bilthovense Kring. De PvdD is een politieke partij met  een sterke waarden-oriëntering en daaruit voortvloeiende waardegestuurde politieke doelen en strategieën. Deze doelen en strategieën zijn onlangs vormgegeven in het partijprogramma Plan B, idealisme is het nieuwe realisme (omdat er geen planeet B is).

Omdat de lezingen dit jaar niet doorgaan hebben we als bestuursclubje besloten om u af en toe te prikkelen met korte gedachtespinsels rond het jaarthema. Wij nodigen u van harte uit om hierop te reageren op de website. Warrie Schuurman beet de spits af in Bulletin 3 (26 november) met een stuk over het boek van Henk Manschot (Blijf de aarde trouw) over Nietzsche https://www.bilthovensekring.nl/2020/12/04/hallo-wereld/.

Ik wil daarbij aansluiten met een soort bron- en contactonderzoek naar het gedachtegoed van de Partij voor de Dieren: uit welke bronnen put de PvdD voor haar grondslagen en welke filosofische netwerken hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van die waarden tot concrete politieke stellingnames? Ik baseer me hierbij onder meer op het laatste boek van Marianne Thieme, Groeiend verzet (2019).

Het viel me op hoezeer deze vraag aansluit bij het stuk van Warrie (26 november). “Nietzsche jammert niet alleen, hij doet iets ongewoons, hij stapt uit het systeemdenken en –doen dat ook hem gevangen houdt,  hij gaat voorop op weg naar de uitgang, weg uit de mythe van de vooruitgang. “ Ook de PvdD is niet bang om radicale standpunten in te nemen, weg van het systeemdenken, en wil daarin de weg wijzen naar de uitgang. Net als Nietzsche “snakt zij (de PvdD) naar een remedie tegen de mens die de aarde ziek maakt.”

Vermoedelijk zal Karen Soeters instemmend knikken bij het lezen van Warrie’s samenvatting van Manschots boek: “Nietzsche herontdekt de aarde als levende entiteit, ontzagwekkend, anders, niet als iets wat zich laat toe-eigenen en bezitten. De dieren helpen hem bij deze grote transformatie. (…) Grote Gezondheid poneert Nietzsche als hoogste waarde, niet slechts overleven maar goed leven. Het herstel van de binding met de aarde, het geluk van dieren en het circulaire ritme van de natuur. (We moeten) het mens-gecentreerde denken achter ons laten, daarmee de imperialistische greep van de mens op de aarde die ons het antropoceen heeft opgeleverd vaarwel zeggen en onszelf ontwerpen als verantwoordelijke bewoners die de aarde delen met al het andere leven.”

 Sinds haar oprichting in 2002 is de PvdD regelmatig bespot en weggezet als een single- issue partij. Maar, zoals Gandhi (een van de grootste inspiratiebronnen van de PvdD) ooit zei “eerst negeren ze je, dan bespotten ze je, dan bestrijden ze je en dan win je.”  Op dit moment is de PvdD Nederlands grootste ideologische exportproduct, de beweging groeit wereldwijd en een groot deel van haar gedachtegoed wordt langzamerhand mainstream.

Het is duidelijk dat de PvdD uit nog veel meer en ook oudere bronnen dan Gandhi put. In het eerste Bijbelboek, Genesis, staat weliswaar dat “de mens zal heersen over de dieren en de aarde”, maar moderne eco-theologen wijzen erop dat je dat moet zien in de context van de schepping: God schiep eerst het land, het water, de zon, de dieren en dan pas de mens. Dat is de dominante soort en die moet dus zorgen voor de aarde. Heersen over betekent dus: zorgen voor.

Of, zoals de beginselverklaring van de PvdD stelt: De mens is onderdeel van het aardse ecosysteem, maar door zijn mentale ontwikkeling en de daaruit voortgekomen cultuur is hij in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welk ander levend wezen ook. Door die zelfde mentale ontwikkeling heeft hij echter ook de vrijheid om andere levensvormen alsook zijn eigen soortgenoten in heden en toekomst geen onnodig leed en schade te berokkenen.

De oorsprong van de PvdD ligt in de strijd voor dierenrechten en dierenwelzijn. De filosofie heeft in vroeger eeuwen mens en dier altijd willen scheiden. De stoïcijnen vatten de scheiding tussen mens en dier zeer radicaal op: alleen goden of mensen kenmerkten zich door rede of logos. Met uitzondering van Michel de Montaigne leggen de meeste vroegmoderne filosofen (tot pakweg Nietzsche) een zekere hardvochtigheid aan de dag ten opzichte van dieren. Pas ‘postmoderne’ denkers als Foucault, Deleuze, Sloterdijk en Agamben stellen het radicale onderscheid tussen mens en dier ter discussie, en tonen zich daarin schatplichtig aan Nietzsche, die –volgens René ten Bos in Het geniale dier (2009)- als geen andere filosoof doorzien heeft dat de vervreemding van het dier de deur naar domheid openzet. In de tweede helft van de 20ste eeuw hebben denkers als Peter Singer, Will Kymlicka en in Nederland Erno Eskens en Eva Meijer een gerichte bijdrage geleverd aan dit filosofische discours, met als kern: omdat dieren pijn en plezier kunnen ervaren, hebben ze een morele status, waaruit bepaalde grondrechten volgen, zoals het recht om niet opgesloten of gedood te worden.

Aristoteles maakte trouwens niet alleen een scheiding tussen mens en dier: ook kinderen, slaven en vrouwen waren geen echte mensen, zij hadden geen ziel. Het idee van een nauwe samenhang tussen vrouwelijkheid en dierlijkheid heeft mede geleid tot achterstelling van de vrouw, die als dierlijker dan de man gezien werd.

Dit is dan meteen een bruggetje naar een ander element van de onderliggende waardeoriëntatie van de PvdD, die zichzelf ziet in een lange reeks van emancipatie- en afschaffingsbewegingen: slavernij, kinderarbeid, suffragettes, antiracisme, anti-apartheid, de homobeweging. Net als dit soort afschaffingsbewegingen hanteert de PvdD morele principes –mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid- als richtsnoer voor het politieke handelen. En net als dit soort bewegingen tamboereert de PvdD op overtuiging, gevoel en geweten, en weigert die idealen te offeren op het altaar van machtsvorming of economie. En daarin verschilt de PvdD, net als die eerdere afschaffingsbewegingen, van de brede politieke volkspartijen die toen in opkomst waren en nu in neergang zijn.

Want de PvdD is niet zozeer uit op macht (al zijn meer Kamerzetels uiteraard welkom), maar op invloed. De meeste politieke partijen zijn machtsmachines geworden, wat voortkomt uit hun ideologische verwatering. Door vast te houden aan je idealen, kun je beïnvloeden. Dus hanteert de PvdD geen instrumentele politieke stijl die gericht is op conformisme, technocratie, protocollen en procedurekennis, maar een expressieve politiek, gevoed door eigenzinnigheid, idealen, theater, creatieve ontregeling en provocatie. De jaarlijkse outfit van Marianne Thieme op Prinsjesdag sprak boekdelen. In het spoor van Nietzsche wil de PvdD tegendraadse politiek bedrijven, zoekt het verschil op in plaats van consensus, stelt idealen voorop in plaats van bloedeloze compromissen, neemt moraal als uitgangspunt in plaats van kosten en baten, ontvouwt een brede visie in plaats van kleine problemen pragmatisch op te lossen.

De groeiende invloed van de dierenrechtenbeweging laat zich wereldwijd zien in b.v. de romanliteratuur: schrijvers als Coetzee (die pleitte voor een glazen abattoir in elke stad, zodat we kunnen zien waar die entrecôte en die hotdog vandaan komen), Jonathan Saffran Foer (die zich met Dieren eten (2009) tegen de vleesindustrie keerde) en de Poolse Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk (die in haar recent vertaalde Jaag je ploeg over de botten van de doden (2009) de Natuur, de dieren, wraak laat nemen op de door zorgeloosheid en wreedheid gedreven mens).

Macht speelt zich af in het strijdperk van de instrumentele politiek, waar koopkrachtplaatjes centraal staan, waar het gaat om economische groei en bestaande belangen. Invloed gaat over het verplaatsen van het strijdperk, het veranderen van spelregels, om politieke idealen te realiseren die op dit moment onvoldoende serieus genomen worden. Want dat is wat de PvdD de huidige instrumentele politiek verwijt: dat die onverantwoord en niet effectief is, omdat ze de grote vraagstukken van deze tijd links laat liggen en zich beperkt tot kleine wijzigingen in het systeem en daarmee radicale systeemwijziging blokkeert. Idealisme is het nieuwe realisme.

De PvdD baseert zich op hoop. Hoop is iets anders dan optimisme. Optimisme impliceert onvermijdelijke vooruitgang en gaat over maatschappijveranderingen die zich wel zullen voltrekken zonder dat wij er iets aan hoeven te doen. Een optimist bestelt in een restaurant een dozijn oesters en rekent erop dat in een van die oesters wel een parel zal zitten waarmee hij de rekening straks kan betalen. Dat is het vooruitgangsgeloof van de meeste middenpartijen, van Groen Links tot de VVD, en vormt het hart van het ecomodernisme. Hoop koesteren is gebaseerd op een andere blik op de wereld. Daarin ligt de toekomst niet vast, maar is hij principieel open. In die toekomst bestaan geen voldongen feiten, maar alleen keuzes. Veranderingen zijn niet het gevolg van anonieme of autonome processen, maar het effect van onze daden en woorden. Geschiedenis overkomt ons niet, maar is iets wat we maken. Alle transformaties beginnen in de verbeelding, in de hoop. M.L. King zei “I have a dream” en niet “I have a plan”. Een droom biedt hoop en perspectief.

Desondanks lijkt het me goed dat de Partij voor de Dieren niet alleen hoop wil bieden, maar toch ook een plan heeft: Plan B.

En ik hoop dat bovenstaand u inspireert om als Karen Soeters volgend jaar naar Bilthoven komt, haar te bestoken met al uw kritische vragen. Want daartoe zijn wij als Bilthovense Kring op aarde: dieper doordenken, en steeds weer doorvragen. Ook in dit nieuwe jaar 2021, waarvan ik hoop dat wij elkaar weer in levenden lijve zullen treffen!

Riemke Leusink (2 januari 2021)